
Wordt de ombudsman de mond gesnoerd?
Actueel 142 keer gelezenDe verhoudingen tussen het college van Nissewaard en de gemeentelijk ombudsman zijn ijzig te noemen. De reden? Het college stelt dat de wijze waarop de ORR zijn rol invult, niet in overeenstemming is met de wettelijke kaders die gelden voor een onafhankelijke ombudsfunctie.
Het college wil van de lokale ombudsman af en aansluiting zoeken bij de nationale ombudsman. Alleen, daar gaat het college niet over. De ombudsman is één van de hulptroepen van de gemeenteraad. En alleen de gemeenteraad kan besluiten om de samenwerking met de ombudsman te beëindigen.
In februari dit jaar zou het voorstel van het college besproken worden door de gemeenteraad, maar het werd uiteindelijk controversieel verklaard. De nieuwe raad zou zich buigen over het voorstel, dat gedaan is aan de hand van een evaluatie, waaruit de conclusie getrokken kan worden dat het college vindt dat de ombudsman te eigengereid is. Maar wie heeft de opdracht tot die evaluatie gegeven? Ombudsman Marianne van den Anker weet het niet. Wel is duidelijk dat ze het niet eens is met de verwijten die haar gemaakt worden. Het is inmiddels een principieel punt geworden. ‘Ik krijg te horen dat ik me niet aan de wet hou en moet mezelf verdedigen, terwijl eigenlijk de raad dat moet doen. Het college stuurt me bij wijze van spreken terug mijn hok in, terwijl een ombudsman meer kan, mag en moet doen dan tweedelijnsklachtafhandeling.’ Door een collegememo waarin o.a. gesteld wordt dat andere deelnemende gemeenten dezelfde mening hebben over de ombudsman, stelt Van den Anker dat er sprake is van smaad en aantasting van de goede naam van de ORR. Zij wil dan ook dat er rectificatie plaatsvindt vanuit het college. Voor haar is duidelijk dat de bestuurlijke hygiëne in Nissewaard tekort schiet. (Bestuurlijke hygiëne is het geheel aan normen, waarden en gedragsregels dat zorgt voor een integer, transparant en betrouwbaar bestuur, red.)
Voor veel mensen is de gemeente een onoverzichtelijke lokettenjungle. Dat moet beter en om die reden zijn de gemeentesecretarissen ca. 2,5 jaar geleden uitgenodigd om met de ombudsman in gesprek te gaan en te kijken hoe het anders kon. Na bovengenoemd overleg is een notitie naar de gemeenten gestuurd en toen bleek al snel dat Nissewaard het niet eens was met de notitie. Dat was overigens nog in de tijd van burgemeester Van Oosten. ‘Als ombudsman mag je uit eigen beweging een onderzoek doen binnen de gemeenten, maar het onderwerp van het onderzoek beviel de gemeente niet.’ Valt dit onder eigengereid gedrag?
Bij de introductiebijeenkomst voor de nieuwe gemeenteraad in april, bleek al snel dat de ombudsman en het college tegenover elkaar stonden. Op geen enkel manier was het voor de ombudsman mogelijk om in contact te komen met de raad en uitleg te geven over wat nu precies haar taken zijn. ‘Ik weet niet wat er wel en niet doorgestuurd wordt naar de raadsleden, alles loopt via de griffie, maar wil met hen in gesprek. We hebben als ombudsteam met veel moeite voor elkaar gekregen dat de klachtenbehandeling beter verloopt, maar er moet nog meer verbeterd worden.’ In Rotterdam wordt er succesvol gewerkt met de Doorbraakklapper en die methode wil de ORR ook in andere deelnemende gemeenten invoeren om zo de rechtsbescherming van de inwoners te versterken en te verbeteren. Veel mensen weten de weg niet, zeker omdat Nissewaard geen sociaal raadslieden heeft. Deze en het juridisch loket bevinden zich in Rotterdam. Hierdoor lijkt het alsof er steeds minder klachten worden ingediend, maar eigenlijk geeft de inwoner het op om te klagen omdat de klachten nergens neergelegd kunnen worden.
De evaluatie zou tijdens de commissie Bestuur besproken worden, maar werd kort tevoren van de agenda afgevoerd. Volgens het college omdat het nieuwe college nog niet gevormd is, maar ook omdat uitingen in de pers voor raadsleden en huidig college aanleiding geven tot een nadere overweging. Het college stelt voor om een open dialoog te houden tussen ombudsman en college over de onderlinge relatie en de verwachtingen van de samenwerking. Voor Van den Anker is het duidelijk, eerst moet de goede naam en faam van de ORR gezuiverd worden, dan is er tijd om verder te praten. Tijdens de vergadering was zij wel aanwezig, maar om enkel om te praten over het jaarverslag van de ORR. Niet alleen voor verschillende raadspartijen leverde dat de nodige verwarring op, maar ook voor de ombudsman was het moeilijk om niet te reageren op de openbare memo die voor het betreffende agendapunt was meegestuurd. Volgens haar is het belangrijk om te reageren op signalen omtrent dienstverlening door de gemeente, om deze te kunnen verbeteren zodat inwoners geen klachten indienen maar weten waar ze terecht kunnen als ze ergens tegen aan lopen.















