
Stadsrecht voor Geervliet
Algemeen 1.288 keer gelezenHet laatste woord dat bij de wandelaar door het rustige, landelijke Geervliet zou opkomen is het woord stad.
Felix van Hoorn
Stad, dat is groot: grote gebouwen, groot aantal inwoners, grote economische betekenis. Maar kijk: in Geervliet, notabene op het Dorpsplein, staat een pomp waarop vermeld is dat Geervliet op 4 april 1381 stadsrecht kreeg. Het stadszegel kun je op dezelfde pomp bewonderen.
Toch hadden middeleeuwse steden wel iets gemeen met de tegenwoordige. In plaatsen die aan een snijpunt van rivieren of wegen lagen of een goede verbinding hadden met de zee floreerde de handel en daarmee de welvaart. De Graven van Holland of andere landsheren, bijna doorlopend in oorlog, hadden een chronisch geldgebrek. Bij genoemde welvarende nederzettingen viel wel wat te halen, maar… voor wat hoort wat. De Heren gaven privileges, waaronder stadsrechten. Daarmee werden de inwoners poorters of burgers. Het stadsrecht versterkte de juridische positie. De erin geregelde marktrechten leidden tot weer meer handel. De (latere) Nederlanden telden eind 12de eeuw 19, eind 13de eeuw 50 en eind 14de eeuw 113 steden. Dordrecht is in Holland de oudste stad.
Stadsrechten konden worden verleend door de Graaf of, in Hoge Heerlijkheden, door de Heer van zo’n gebied. Geervliet, gunstig gelegen aan de Bernisse, bloeiend ook vanwege de tol die daar door de Graven geheven werd, kreeg zijn stadsrecht in 1381 van Sweder van Abcoude, Heer van Putten, achterkleinzoon van Nicolaas III van Putten. Brielle kreeg zo’n recht al eerder, in 1330, van de Heer van Voorne. In 1459 volgde Heenvliet als derde en laatste in onze streek. Heenvliet was een vrije, maar geen hoge heerlijkheid. Hertog Karel de Stoute moest eerst zijn goedkeuring verlenen.
Hoewel het recht daartoe niet expliciet in het stadsrecht vermeld is, begonnen de Geervlietse poorters meteen met het ommuren van hun stad. Golden er bijzondere rechten voor de handel, dan moesten toch ook de grenzen worden aangegeven waarbinnen ze golden. Vagebonden moest men kunnen weren. Er kwam een stadsmuur met vier poorten en verdedigingstorens. Grachten omringden de stad, met ophaalbruggen bij de poorten.
Er was niet direct geld voor, maar dezelfde Sweder van Abcoude schoot de kosten voor. Omdat door de verzanding van de Bernisse de welvaart van Geervliet snel verminderde, gingen de muren al snel teloor.
De oorkonde waarmee aan Geervliet het stadsrecht verleend werd moet er indrukwekkend uitgezien hebben. Op breed perkament in lange regels geschreven en voorzien van het uithangend zegel van Sweder en zijn getuigen. Helaas ging dit document verloren. Maar gelukkig is er halverwege de 15de eeuw, vermoedelijk in het scriptorium van een klooster, een afschrift gemaakt, zelfs voorzien van een register. Omdat het originele document heel onoverzichtelijk was zijn hierin de diverse onderdelen logisch gerangschikt en gebruiksvriendelijk gemaakt. Het stadsrechtcharter omschreef niet alleen de rechten van stad en poorters, maar bevatte ook een soort plaatselijk wetboek van strafrecht, compleet met de straffen die op de genoemde misdaden en vergrijpen stonden. Een van de rechten die Geervliet kreeg was de hoge justitie voor stad en land. Poorters werden berecht door poorters, dus door gelijken. Vele jaren hebben Geervlietse schepenen het boek gehanteerd in hun functie van plaatselijke rechters. Het vertoont dan ook duidelijk sporen van gebruik en er is zelfs een secretaris geweest die op een van de schutbladen zijn ganzenveer uitprobeerde.
Het 15de-eeuwse afschrift, in boekvorm, wordt zuinig bewaard in het Streekarchief Voorne-Putten. Het is voor één weekend te zien op de tentoonstelling ‘Nicolaas III en het Land van Putten’ in het Museum Stadhuis Geervliet en wel op de laatste twee openingsdagen.
De tentoonstelling is alleen nog te bezoeken tijdens het Open Monumentenweekend van 14 en 15 september van 10 tot 17 uur. De toegang is gratis.















