
Putten onder vreemde Heren
Algemeen 1.242 keer gelezenNicolaas III overleed in 1316. Toen zijn jongste dochter Aleid overleed werd zijn achterkleinzoon Sweder van Abcoude Heer van Putten. En zelfs onder diens zoon Jacob van Gaesbeek bleef de titel nog altijd ‘in de familie’.
Felix van Hoorn
Maar deze Jacob stierf in 1459 zonder kinderen na te laten. Hij had een zoon Anton, maar die had hij – weliswaar per ongeluk – eigenhandig gedood door hem met de verkeerde kant van een zweep te slaan omdat de jongen niet ‘fier genoeg’ te paard zat. De klap raakte Anton aan de slaap.
Hoe moest het nu verder met Putten?
Philips de Goede, Hertog van Bourgondië, was al jaren bezig zijn rijk uit te breiden. Hij kreeg gebieden in handen door huwelijk en vererving, door aankoop of ‘gewoon’ door verovering. In de graafschappen Holland en Zeeland woedde al sinds het aantreden van Jacoba van Beijeren als Gravin een hevige strijd om de macht. We kennen die strijd onder de naam Hoekse en Kabeljauwse Twisten. Philips de Goede wachtte zijn kans af en wierp zich in 1432 op als Jacoba’s beschermheer. Hij stelde daarbij wel strenge voorwaarden, die er toe leidden dat Jacoba in 1433 afstand deed van al haar titels. Holland en daarmee ook Putten werden onderdeel van het Bourgondische Rijk. Philips kocht de vele schulden die Jacob van Gaesbeek had gemaakt op en gunde hem alleen nog formeel de titel tot aan zijn dood.
Philips van Bourgondie schonk meteen alle inkomsten uit Putten aan zijn zoon Karel de Stoute. Na de dood van zijn vader in 1467 volgde Karel dus formeel op als Heer van Putten. Hij heeft in 1460, op doorreis naar Middelburg, Geervliet bezocht en er de voorraden voor zijn verdere reis flink aangevuld. Zeven jaar later zou dat dus een officiële ‘blijde incomste’ geweest zijn, zoals in 1471 Brielle ‘overkwam’. De kosten voor dit welkom waren torenhoog, maar er werd ook nog een welkomstgeschenk van 20 000 pond verwacht. Dat geld moest Brielle dan maar lenen en later in de vorm van belastingen weer binnen halen.
Karels bijnaam ‘de Stoute’ moeten we hier lezen als ‘de stoutmoedige’, maar je zou eerder denken aan ‘de roekeloze’. Hij wilde zijn rijk zover uitbreiden dat er sprake kon zijn van een Koninkrijk Bourgondië. Hij stierf dan ook op het slagveld bij Nancy in 1477. Toen viel Holland en daarmee ook Putten toe aan zijn dochter Maria van Bourgondie bijgenaamd de Rijke, die in datzelfde jaar trouwde met Maximiliaan van Oostenrijk, zoon van de Duitse keizer. Putten – sinds met Philips de Goede leenheer en leenman in dezelfde persoon verenigd waren nauwelijks meer een aparte Heerlijkheid te noemen - werd daardoor onderdeel van het Habsburgse Rijk. Hun zoon Philips de Schone trouwde met Johanna, prinses van Aragon. De zoon van dit echtpaar, Karel, stond voorlopig onder voogdij van zijn grootvader Maximiliaan. Als Karel V werd hij in 1515 Heer der Nederlanden, maar in 1516 ook Koning van Spanje. Omdat zijn zoon en opvolger Philips II de opkomst van het protestantisme als zijnde ‘ketterij’ fel bestreed, maar ook omdat hij de Nederlandse adel geen plaats gaf in het landsbestuur, kwam het tot een opstand die we kennen als de Tachtigjarige Oorlog.
Op 22 juli 1581 stellen de Staten Generaal een ‘Plakkaat van Verlatinghe’ op, waarmee zij de gehoorzaamheid aan deze ‘vreemde’ koning opzeggen. Men probeert de titel ‘Heer der Nederlanden’ nog aan anderen aan te bieden. De Prins van Anjou lijkt alleen maar uit op persoonlijk gewin. Koningin Elisabeth I van Engeland wenst haar verhouding tot Spanje niet in gevaar te brengen. Uiteindelijk kiest men dan voor de republiek, een staatsvorm die in Europa sinds de oude Grieken nauwelijks voorkwam. Alle vroegere heerlijkheden, waaronder dus ook Putten, hadden geen leenheer meer, maar vielen rechtstreeks onder de Staten van Holland. Toch werden de bijzondere rechten van Putten nog gerespecteerd.
Met de komst van de Franse troepen in 1795 was zelfs dat niet meer het geval.
Museum Stadhuis Geervliet is geopend zaterdag en zondag van 13 tot 17 uur, de toegang is gratis.















