
Gewichtige zaken in Geervliet
Algemeen 947 keer gelezenGedurende de Franse Tijd (1795-1813), in de nadagen van het Hof van Putten, veranderde er veel in ons land. Het was de periode van de invoering van de burgerlijke stand, de dienstplicht, rechtshervormingen etc.
Nick Werring
archivist Streekarchief Voorne-Putten
Wat door passief verzet niet lukte was de zogenaamde metricatie, het proces rond de invoering van het metriek stelsel van uniforme standaardeenheden voor het meten van bijvoorbeeld afstanden, maten en gewichten. Dit gebeurde pas in 1820. Vóór die tijd was er sprake van een veelvoud aan lokale gewichten, lengte-, oppervlakte- en inhoudsmaten. Eeuwenlang hanteerde Geervliet, als hoofdstad van het Land van Putten, eigen eenheden als de Geervlietse el en de Putse roede. Ook vóór 1820 waren er wel standaarden, maar die konden (zeer) lokaal behoorlijk verschillen. Neem bijvoorbeeld de el, die velen nog zullen herkennen als stofmaat. Sinds 1725 fungeerde de Haagse el als zogenaamde ’s lands el, de officiële maat van 69,4 cm. Deze standaard was echter ook weer niet zo standaard: in Groningen mat men ruim 65 cm, in Limburg meer dan 70 cm. Ook in onze regio waren er lokale verschillen, zo verschilde de Heenvlietse el bijna 1,5 cm met de Brielse maat. De Geervlietse el was met 68,4 cm nog altijd een centimeter korter dan de zogenaamde standaard! Alle maten en gewichten moesten (meer)jaarlijks worden gecontroleerd. Op een zogenaamde ijkdag werd er gekeken of zij nog de juiste lengte of massa hadden en of er niet mee was gesjoemeld. De door het stadsbestuur aangestelde ijkmeester controleerde de materialen en voorzag deze na goedkeuring van een merk of stempel. Het stadsbestuur was belast met het toezicht hierop. Dit gebeurde in de Geervlietse stadswaag, op de begane grond van het stadhuis. Daar werden ook de stedelijke standaardgewichten bewaard. Deze werden ook wel slapers genoemd omdat ze maar enkele keren per jaar werden gebruikt. De waag was de plek waar de boeren, winkeliers en kramers naartoe kwamen om hun goederen te laten wegen én hun maten en gewichten lieten controleren. In 1769 sloeg de paniek toe in het stadsbestuur: er werd een nieuwe ijkdag uitgeschreven, maar de standaardgewichten waren zoek! Op zijn minst opmerkelijk omdat het om een hele reeks ging, tot wel 25 pond aan toe. De toenmalige schout kwam met een slimme oplossing, hij ontdekte dat er in Korendijk (dat ook onder Putten viel) nog gewichten waren die dertig jaar eerder nog voorzien waren van de juiste Geervlietse keurmerken. In allerijl werden bij een Brielse loodgieter nieuwe gewichten besteld, die snel voorzien werden van de juiste Geervlietse merken. Het keuren van alle maten en gewichten was een serieuze aangelegenheid waarbij scherp toezicht werd gehouden en indien nodig behoorlijke boetes werden opgelegd. Hierbij was de expertise en ervaring van de ijker van groot belang. Gedurende vele eeuwen was het ijken van maten en gewichten een lokale aangelegenheid. Het ijkambt werd verpacht, vaak was het een bijbaantje van een van de leden van het stadsbestuur. Maar ook verschillende Geervlietse dorpssmeden fungeerden decennialang als ijkmeester. Zij hadden immers kennis van zaken en konden de materialen indien nodig aanpassen. Ook maakten zij de ijkstempels en brandijzers. Aan dit bijzondere ambt kwam in de Franse Tijd een eind, in de stadsrekening van 1812 wordt de ijkmeester niet langer vermeld. Sceptici moesten het afleggen, de eerste ijkwet van 1816 regelde de invoering van het metriek stelsel met ingang van 1820. In de jaren dat het Hof van Putten werd gesloopt werden er arrondissementsijkers aangesteld. Geervliet verloor na eeuwen zijn eigen Putse maten en gewichten. In Museum Stadhuis Geervliet zijn nog twee echte Geervlietse ‘achtendelen’ (graanmaten) te zien. Een van de maten toont een ijkmerk uit 1716 en bevindt zich weer op het stadhuis waar het 300 jaar geleden van dat merk werd voorzien.
De tentoonstelling Nicolaas III en het Land van Putten is tot en met het Open Monumenten weekend van 14 en 15 september geopend, elke zaterdag van 13 tot 17 uur. De toegang is gratis.















