
Een kostbaar bezit
Algemeen 1.212 keer gelezenMet het praalgraf van het echtpaar Nicolaas III van Putten en Aleid van Strijen in het koor van de kerk te Geervliet heeft de Hervormde Gemeente een monument van onschatbare waarde onder haar dak. Een hele verantwoording.
Felix van Hoorn
Nicolaas overleed in 1311, zijn vrouw in 1316. Hun dochter Beatrijs eerde de nagedachtenis van haar ouders met een tombe, een praalgraf waarop de beide figuren levensgroot liggend zijn afgebeeld. De zerk en de figuren zijn uitgevoerd in Doornikse steen. De koppen en handen en ook de baldakijns boven de hoofden en de onderbouw met de nisjes zijn gemaakt van ledesteen, een zachtere steensoort.
De tombe is een van de zes oudste van deze soort in ons land. Zij stond oorspronkelijk in het midden van het koor, te midden van de koorbanken van de kanunniken. Dat waren priesters die het Kapittel van Geervliet vormden. Dit kapittel was door Nicolaas zelf in het leven geroepen en had tot taak ‘ten eeuwigen dage’ de getijden te zingen tot heil van de zielen van hemzelf, zijn vrouw en hun voorouders. In de middeleeuwse opvattingen was de gestorvene gedoemd in het vagevuur te boeten voor de in zijn leven begane zonden. Gebeden van de nabestaanden zouden die tijd bekorten, de zogenaamde aflaten. Er zou later zelfs een handel in aflaten ontstaan.
De kopers zullen gedacht hebben dat ze die hard nodig zouden hebben.
De getijden begonnen dagelijks zeer vroeg met de metten, die vaak (slaperig) min of meer werden afgeraffeld. De uitdrukking korte metten maken vindt hier zijn oorsprong. Ze eindigden in de avond met de completen. Ze werden gezongen in responsorium, afwisselend door beide zijden. Nicolaas had voor betaling van deze kanunniken en hun opvolgers bij leven inkomsten veilig gesteld. Op delen van zijn heerlijke inkomsten zou hiervoor blijvend een belasting drukken. Met de intrede van de Reformatie in onze streken kwam er een einde aan het kapittel (dat in 1570 trouwens al naar Haarlem was vertrokken) en dus ook aan de gebeden. Eeuwig kan zomaar iets korter duren. Het geld voor de kanunniken, opgebracht door de eigenaars van specifieke stukken land, moest overigens daarna nog steeds betaald worden. Belastingen verdwijnen maar zelden. Het geld ging dienen ter ondersteuning van de nieuw gevormde protestantse gemeenten in de omtrek.
Toen de tombe nog vrij stond kon men zien dat rondom 26 nisjes waren. Oorspronkelijk stonden daar ‘pleurants’ in, gebeeldhouwde figuren die de smart om dit overlijden moesten uitbeelden. In sommige culturen worden nog altijd klaagvrouwen ingehuurd bij een begrafenis. De beeldjes zijn helaas verdwenen. Het randschrift aan de voorzijde van de zerkplaat is een loflied in het Latijn aan Vrouwe Aleid.
In de protestantse eredienst was geen functie meer voor het koor. Het werd van de kerk afgescheiden. De tombe werd geplaatst in een speciaal daarvoor gemaakte nis in de zuidmuur. Het metselwerk daarvan was geen toonbeeld van vakmanschap; het liet water door. De toestand waarin het monument verkeert is er dus in de loop der jaren niet op vooruit gegaan. In de zestiger jaren van de vorige eeuw werd een restauratie uitgevoerd, die weinig meer dan een grondige schoonmaakbeurt was.
De provincie Zuid-Holland is zich bewust van de zeldzaamheid van dit monument en heeft door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een onderzoek naar de stand van zaken laten uitvoeren. Op initiatief van de Stichting Oud-Geervliet werd een 3D-scan gemaakt van de hele tombe. Hiermee is de status quo in ieder geval vastgelegd.
De Stichting Oud-Geervliet heeft die gelegenheid te baat genomen om de beide ‘koppen’ ook in 3D te laten uitprinten. Ze zijn te zien in de tentoonstelling ‘Nicolaas III en het Land van Putten’, in het Museum Stadhuis Geervliet aan de Kaaistraat. Tot en met het Monumentenweekend van 14-15 september kunt u er elke zaterdag- en zondagmiddag terecht tussen 13 en 17 uur. De toegang is gratis.















