
Monumentaal Nissewaard: boerderijen als agrarisch erfgoed
Algemeen 2.364 keer gelezenVanouds is Voorne-Putten een agrarisch gebied en de vele boerderijen in de polders herinneren aan dat rijke boerenleven. Veruit de meeste boerderijen stammen uit de 19e en begin 20e eeuw, maar er zijn ook enkele monumentale hoeven uit de 17e eeuw, zoals Bouwlust-Zeldenrust langs de Aaldijk in Hekelingen en de Dammestee in Geervliet.
Door Bob Benschop
Het eiland Putten kenmerkt zich door laaggelegen polders met een zachte en drassige veenbodem. De afwatering met poldermolens was eeuwenlang ontoereikend, zodat het land daardoor beter geschikt was voor het weiden van vee dan akkerbouw. Die omstandigheden zorgden ervoor dat de boerenschuren in de regio vooral waren ingericht met stallen en grote hooizolders. De zachte bodem had bovendien als gevolg dat de grote hoeven vooral langs dijken werden gebouwd, waar de ondergrond steviger was. Lange tijd waren boerderijen van hout, vanaf de zeventiende eeuw maakten ze plaats voor bakstenen woningen met indrukwekkende gevels en daarachter houten schuren die dankzij nieuwe bouwtechnieken steeds groter werden.
De wurf
Bij oudere boerderijen wordt de toegang tot het erf afgescheiden door indrukwekkende inrijhekken, her en der zijn die nog te vinden. Bij Bouwlust Zeldenrust stammen ze uit de achttiende eeuw en staan er twee kolossale gebeeldhouwde, natuurstenen pijnappels op.
Nabij boerderijen staat vaak een wagenschuur waar voorheen de koets, werktuigen en later de tractor stonden gestald. Een mooi exemplaar is te zien bij de Ruyterstee aan Korte Schenkeldijk in Spijkenisse. De naam van deze stee is in het verleden wel eens in verband gebracht met admiraal Michiel de Ruyter, al kan aan de hand van archieven niet hard worden gemaakt dat hij de boerderij of landerijen in de buurt bezat. Wel nam hij de Hekelingse predikant Westhovius als scheepspredikant mee op zijn expedities. De herkomst van de naam zal echter eerder bij paarden gezocht moeten worden.
Schuren
Vee was van groot belang. Terwijl de kippen en varkens (helaas zijn de betonnen varkenshokken van de betonfabriek Van Bodegom inmiddels overal verdwenen) op het erf waren te vinden, waren de boerenschuren deels ingericht voor het stallen van de koeien en paarden. Veel boerderijen bezitten een zogeheten zijlangsdeelschuur. Hierbij steekt de schuur links of rechts van het woonhuis uit, zodat er ruimte is voor de grote dubbele deuren waardoor karren de schuur binnen kunnen rijden en via de deuren aan de achterzijde weer naar buiten. De Jagt Hoek aan de Schoutsweg in Zuidland dateert van 1880 en is een prachtig voorbeeld van een langsdeelboerderij, evenals de in 1927 gebouwde Wolvenstee in Hekelingen. De indeling van de schuren varieerde, maar naast de stallen en hooitas was er meestal ook een dorsvloer en een boengoot waar na het melken de gereedschappen schoon werden gemaakt. Sommige boerderijen hebben nog een apart bakhuis of een kelder. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de Ruyterstee. Volgens de gevelsteen boven de deur is het gebouwd in 1859 grotendeels vernieuwd, maar tegen het woonhuis is een rechthoekige kelder uit 1620 te vinden met gemetselde kruisgewelven op drie ronde pijlers. Daarboven is een opkamer gemetseld. Ook ‘t Oudste Huys van Spijkenisse aan de Voorstraat vormt links van het voorhuis zo’n kelder met opbouw.
Verdwenen
Sinds de jaren ‘50 is er op het gebied van landbouw veel veranderd. Door toenemende mechanisering en schaalvergroting verrezen rond de boerenbedrijven grotere (romney)loodsen om rooimachines en combines te kunnen stallen. Ook het landschap veranderde: tijdens de ruilverkaveling maakten kleine percelen plaats voor uitgestrekte akkers en weilanden. De uitbreiding van Spijkenisse zorgde ervoor dat diverse boerderijen hun functie verloren en in enkele gevallen door gemeentewerken in gebruik werden genomen. Een ander groot verlies was het afbranden van de op een terp gelegen boerderij De Hoge Werf op 6 juli 1966. Van deze kolossale middenlangsdeelboerderij uit 1764 herinnert alleen de naam nog.















