Afbeelding
Foto: Foto-OK.nl

Philippus Baldaeus is terug in de kerk van Geervliet

Algemeen 834 keer gelezen

Geervliet - Vanmiddag werd in het torenportaal van de O.L.V. Kerk in Geervliet door Hare Excellentie mevrouw Aruni Ranaraja, ambassadeur van Sri Lanka, het reliëf onthuld dat de beeltenis toont van Philippus Baldaeus. Hiermee wordt eer gebracht aan een bijzondere Geervlietse predikant, die op 26 september 1671 op slechts 39-jarige leeftijd overleed.

Voorafgaand aan de onthulling van het door beeldhouwer Toon Rijkers uit Wageningen gemaakte hardstenen reliëf, werd door dr. Lodewijk Wagenaar een lezing gehouden over Philippus Baldaeus en Ceylon. 

Wees
Philippus Baldaeus  werd in 1632 in Delft geboren als Philips Baelde. Op slechts vierjarige leeftijd verloor de kleine Philips binnen vijf dagen zijn beide ouders aan de pest. Hij werd opgevoed door zijn oom van moederszijde, Robertus Junius, die kort tevoren predikant in Delft was geworden. De jongen bezocht er de Latijnse school en studeerde in 1649 korte tijd aan de hogeschool in Groningen. In 1650 liet hij zich inschrijven aan de universiteit van Leiden en ging er theologie studeren. Hij volgde het voorbeeld van zijn oom en zijn grootvader Junius. Oom Robertus was geruime tijd als zendeling werkzaak geweest op Formosa, het tegenwoordige Taiwan.

VOC
Het was dus niet vreemd dat Philips toen hij in 1654 afstudeerde (en zijn naam veranderde in Philippus Baldaeus) zich aanbood als zendeling in ‘de afgelegene gewesten’. Hij trouwde met zijn nicht Maria van Castel en vertrok in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie met ‘het Wapen van Amsterdam’ naar Batavia, het tegenwoordige Jakarta. Acht maanden duurde de reis; zijn vrouw Maria overleed kort na aankomst.

Sri Lanka
Baldaeus kreeg niet (zoals hij gehoopt had) meteen een eigen gemeente. Hij werd als predikant ingezet bij expedities van de vloot en het leger. Zo bezocht hij de kusten van India. Jong en leergierig als hij was maakte hij overal schetsen en aantekeningen. In 1656 hertrouwde hij met Elisabeth Tribolet en moest weer mee op expeditie, ditmaal met het leger van Rijcklof van Goens. Deze veroverde in 1658 de laatste delen van Ceylon (nu Sri Lanka) die nog niet in Nederlandse handen waren. Baldaeus kreeg nu eindelijk zijn eigen gemeente in Jaffnapatnam. Hij leerde er de taal (Tamil) en was geliefd bij de bevolking. Steeds bleef hij aantekeningen maken over hun oude godsdiensten, hun levenswijze, hun middelen van bestaan en de onderlinge verhouding tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Wagenaar zet overigens wel de nodige vraagtekens bij de aantekeningen, die volgens hem vaak bestonden uit overgeschreven teksten. Baldaeus was als predikant anti katholiek, dus anti-Spanje en anti-Portugees. Wel had hij bewondering voor een missionaris die scholen naar kerken wist te realiseren. Dat wilde Baldaeus ook.

Geervliet
In 1665, na een conflict met de VOC over het onderwijs, keerde hij terug naar Holland en vestigde zich in Den Haag, waar hij overigens weer geen eigen gemeente had. Tot hij de aandacht kreeg van de gebroeders de Witt. Als Ruwaard van Putten wist Cornelis dat in Geervliet de kansel vacant was. Hij passeerde de kerkenraad en dwong een beroep op Baldaeus af. Deze werd in 1669 in Geervliet bevestigd. Een rustige gemeente, die hem alle tijd gaf zijn vele notities uit te werken tot een boek. Het werd een lijvig boekwerk met een titel die als inhoudsopgave zou kunnen dienen. Wetenswaardigheden uit ‘de Oost’ waren in die tijd zeer in trek. Na verschijning in 1672 (dit jaar dus 350 jaar geleden) zou het later nog worden vertaald in het Duits en Engels. Nog in deze, voor Sri Lanka turbulente, tijden wordt Baldaeus ‘ werk soms aangehaald vanwege de vele etnografische aantekeningen. Daarbij moet wel rekening gehouden worden met het feit dat Baldaeus een kind van zijn tijd was

Baldaeus heeft dit allemaal niet meer meegemaakt. Hij sloot zijn boek af op 15 augustus 1671 met een opdracht aan Cornelis de Witt. In de vergadering van de Classis Brielle in 1671 komt een Geervlietse ouderling aan de daar verzamelde predikanten meedelen dat Philippus Baldaeus op 26 september overleden is , ‘droevig en ontijdig’ Inderdaad; hij was 39 jaar oud.

Band Nederland-Sri Lanka
Mevrouw Aruni Ranaraja gaf aan vereerd te zijn door de uitnodiging het relief te onthullen. ‘Sri Lanka en Nederland zijn enorm met elkaar verbonden’, zo gaf zij aan. ‘Nederland heeft ons in het verleden geholpen bij problemen en ik hoop dat we ook nu weer veel mensen uit Nederland in ons land mogen ontvangen.’ De ambassadeur, die een jaar geleden benoemd is in Nederland, ervoer het als thuis komen. ‘Vergeet niet dat we in onze taal ruim 500 Nederlandse woorden hebben, dus er is een duidelijke verbinding tussen onze landen. En ik vind het ook heel mooi zoals de Stichting Oud Geervliet onze gezamenlijke geschiedenis weet te behouden.’

Ook wethouder Postma sprak zijn waardering uit voor de kwaliteit waarmee Oud Geervliet de geschiedenis voor de bewoners van Geervliet en andere geïnteresseerden weet te bewaren. ‘Door het verleden te ontdekken, kunnen we het heden beter begrijpen.’ Veel van het werk, beginnend bij het bedenken en uitwerken van ideeën, deze voor te leggen aan het bestuur en daarna het zoeken van kunstenaars en het leggen en onderhouden van contacten met zowel kunstenaars als gemeente wordt gedaan door Adriaan Herweijer van Rodenburg. Hij maakte ook de gids voor de tentoonstelling die in het voormalige gemeentehuis van Geervliet te zien is, richtte deze tentoonstelling voor een groot deel in en zorgde er ook voor dat alle details rondom de onthulling van het relief tot in de puntjes geregeld werden. Het was een soort generale repetitie, want half oktober wordt het borstbeeld van Cornelis de Witt onthuld. Dat vormt het sluitstuk van de Geervlietse herdenking van het rampjaar 1672.

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding

Uit de krant

Uit de krant