De raadszaal van het oude gemeentehuis van Geervliet.
De raadszaal van het oude gemeentehuis van Geervliet. Foto: Foto-OK.nl

In het spoor van de Oranjes

Algemeen 561 keer gelezen

Op dit moment is in Historisch Museum Den Briel de tentoonstelling ‘Het Huis Oranje-Nassau in Brielle en op Voorne-Putten’ te bekijken.

Als aanvulling op die tentoonstelling heeft Ivar Iding van KijkenLuister de Oranjeroute Voorne-Putten ontworpen. De redactie neemt u de komende weken mee langs de belangrijke plekken op deze route. Deze week aandacht voor Geervliet. 

Het stadhuis
In 1346 stichtte Beatrijs, de dochter van Nicolaas III een gasthuis met kapel aan de Kaaistraat. Rond 1500 besloot het stadsbestuur zijn intrek in het pand te nemen en ook het Dijkcollege van de Ring van Putten kwam er om te vergaderen. Zo ontstond in 1633 boven de begane grond de gemeenlandskamer, die te bereiken was via een eigen bordes. Tot aan de gemeentelijke herindeling in 1980 deed de zaal dienst als raadzaal. Op dit moment is het een trouwlocatie. Op de zolder was lange tijd de Oudheidskamer te vinden. De Stichting Oud-Geervliet mag nu echter de begane grond gebruiken als expositieruimte.

En wat betreft de link met de Oranjes, gaan we ook hier even terug in de tijd. In 1654 werd Cornelis de Witt ruwaard van Putten en schout van Geervliet. In 1667 werd het Eeuwig Edict getekend, wat inhield dat er nooit meer een Oranje stadhouder zou mogen worden. En toen was het 1672. De Republiek kwam in oorlog met Engeland, Frankrijk, Munster en Keulen. Het Eeuwig Edict werd onder druk herroepen en de slechts 21 jaar oude Willem III werd aangesteld als stadhouder. De gebroeders De Witt werden gezien als oorzaak van alle ellende en ze werden door de ‘gewone man’ gehaat. Johan de Witt nam ontslag als raadpensionaris, zijn broer Cornelis werd gevangen genomen op beschuldiging van hoogverraad. Hij zou volgens Willem Tichelaar, een louche barbier-chirurgijn uit het dorpje Piershil, een moord beramen op de stadhouder. De beschuldiging moet gezien worden als wraakneming van Tichelaar omdat hij vanwege diverse beschuldigingen verantwoording moest afleggen bij de ruwaard. In zijn geval Cornelis de Witt. Hij werd o.a. veroordeeld tot een boete. 

Op 8 juli 1672 bezocht Tichelaar de ruwaard in Dordrecht met het verzoek om een verklaring van goed gedrag die hij nodig had om een nieuwe betrekking te krijgen. Twee weken na dit gesprek meldde Tichelaar zich bij het legerkamp van de prins van Oranje in Bodegraven. Daar vertelde hij de prins dat Cornelis hem tijdens zijn bezoek in Dordrecht zou hebben gevraagd of hij de Prins wilde vermoorden. Er was geen enkel bewijs te vinden, maar Tichelaar ging wel verder met het opstoken van het vuurtje onder het volk. Met het bekende lynchen van de twee broers als resultaat.

Uit de krant

Uit de krant