
Het rampjaar 1672: de moord op De Witt
Algemeen 746 keer gelezenDit jaar is het 350 jaar geleden dat de Nederlanden overvallen werden door Lodewijk de XIV, de Engelse koning en twee Duitse vorsten. Het bestaan van de Republiek stond op het spel. De bevolking was radeloos, reddeloos en redeloos en zocht een schuldige voor haar ellende. Dat werd raadspensionaris Johan de Witt. Hij en zijn broer werden door het volk gelyncht.
Uiteindelijk kwam het volk bij zinnen en werd de Republiek gered door stadhouder Willem III.
In deze serie gaan we nader in op het rampjaar 1672 en de landelijke herdenking.
Op 20 augustus 1672, dit jaar dus 350 jaar geleden werden Johan en Cornelis de Witt op gruwelijke wijze vermoord. De moord op de twee broers behoort tot de meest gedenkwaardige in de geschiedenis van Nederland.
Twee weken geleden kon u het verhaal lezen over het verraad van Willem Tichelaar. Tegenover Willem III verklaarde hij dat Cornelis hem gevraagd had de prins te vermoorden. Willem schoof de zaak door naar het Hof van Holland.
Terwijl zijn familie naar de kerk was, werd Cornelis gearresteerd en naar Den Haag overgebracht, waar hij gevangen gezet werd in de kastelerij aan het Binnenhof. Hier werd hij uitgebreid verhoord. Hij hield echter vast aan zijn verklaring dat Tichelaar hem bezocht had omdat die ongerust was over het voorgenomen huwelijk van Willem III met een Engelse prinses. en aanbood om de prins iets aan te doen. Het feit dat Cornelis Tichelaar niet had laten arresteren sprak niet in zijn voordeel.
Op 6 augustus werd Cornelis overgebracht naar de Gevangenpoort, waar ook Tichelaar onder druk van de stad Dordrecht heen was gebracht. Al snel deed het gerucht de ronde dat Cornelis had willen ontsnappen of was vrijgelaten. De rechters lieten hem toen bij het raam van zijn cel plaatsnemen om de woedende bevolking te laten zien dat hij nog steeds gevangen zat.
In de verklaringen van Tichelaar en Cornelis zaten veel tegenstrijdigheden. Dat leidde tot het scherp examen op 19 augustus, oftewel het martelen van Cornelis. Hij kreeg scheenschroeven om, zijn armen werden op zijn rug gebonden en aan elke dikke teen werd een gewicht van 50 pond gehangen. Daarna werd hij met behulp van katrollen aan zijn armen omhoog getakeld en heen en weer gezwaaid. Ook werd hij op de pijnbank gelegd. Cornelis bleef echter bij zijn verklaring. Er was geen enkele reden om Cornelis te veroordelen, maar toch werd hij niet vrijgesproken. De rechters besloten hem uit Holland te verbannen.
Omdat Cornelis na de marteling nog slechter ter been was dan ervoor, werd er een dienstmeisje gestuurd om Johan te halen. Tichelaar die diezelfde ochtend ook vrijgelaten werd, hitste de gemoederen op en veel tegenstanders van de broers trokken richting de Gevangenpoort. Om de orde enigszins te handhaven, werden er zes vendels van de Haagse schutterij opgeroepen. De schutters, veelal Oranjegezinden, wilden voorkomen dat Cornelis de gevangenis zou verlaten. De sfeer werd steeds grimmiger, zodat de Staten van Holland een drietal ruitercompagnies liet opdraven. Lang waren de ruiters er echter niet; ze kregen opdracht om de toegangen tot de stad te bewaken omdat er boeren uit het Westland onderweg zouden zijn om Den Haag te plunderen. De broers waren ten dode opgeschreven. Schutters werkten ze naar buiten waar Johan al snel door het hoofd geschoten werd. Ook Cornelis werd door omstanders gelyncht. De lijken werden naakt en ondersteboven aan de galg gehangen, waarna het volk zich op de lichamen stortte en ze gruwelijk verminkte. Lichaamsdelen werden afgebeten of afgesneden en zelfs de harten werden uit de lichamen gesneden.
Was de moord op de broers een spontane actie of was er sprake van een complot? Had de moord de instemming van Willem III? We zullen het nooit weten, maar het is wel opvallend dat ‘gewone middenstanders’ die de broers ombrachten opeens een hogere functie kregen.















