Foto: Marcel Bakker
Foto: Marcel Bakker Foto: Marcel Bakker

De bestedeling brengt kindveilingen in Nederland in beeld

Actueel

Wat begon als een zoektocht naar het levensverhaal van zijn overgrootmoeder, groeide uit tot een monument voor alle kinderen, maar ook ouderen die voor kost en inwoning werden weggegeven.

Menno Lanting schrijft normaal gesproken management boeken, maar is ook enorm geïnteresseerd in geschiedenis. Die passie deelt hij met zijn moeder, die een keer opmerkte dat ze het zo jammer vond dat ze eigenlijk niets wist van haar grootmoeder. Alleen dat ze in een weeshuis had gezeten. Menno ging op onderzoek uit en ontdekte dat ze niet in een weeshuis had gezeten, maar een bestedeling was. 

Bestedeling
Voor 1600 werden wezen of ouderen, maar ook mensen met een beperking gewoon in de familie of in ieder geval in het eigen dorp opgevangen, vertelt Menno. Toen de bevolking groeide, was dat niet meer mogelijk. Kerken en het armenbestuur werden verantwoordelijk voor de opvang van deze mensen, maar wilden daar niet al te veel geld aan uitgeven. Zo ontstonden de bestedelingen. Kinderen, ouderen en mensen met een beperking werden geveild aan de laagste bieder. Dat kostte de kerk of het armenbestuur het minste en in veel gevallen was het boerengezin dat zo iemand (betaald) opving ook verzekerd van een extra arbeidskracht.

Verhaal nu bekend
Menno ontdekte in zijn zoektocht dat de ouders van zijn overgrootmoeder binnen één week alle twee overleden waren aan tyfus. Alle spullen, inclusief de kleding van de kinderen, werden verbrand en zes kinderen tussen 0 en 10 jaar oud waren niet alleen hun ouders kwijt maar ook elkaar. Blijkbaar wilde de familie ze niet opvangen en zo werden ze alle zes bij zes verschillende families die ook nog eens ver van elkaar af woonden ondergebracht. In het geval van Menno zijn overgrootmoeder was er nog een familiedossier in de archieven te vinden, dus hij heeft het verhaal kunnen achterhalen. Anderen zijn nu ook op zoek. Zowel aan de kant van de bestedelingen als aan de kant van de ‘gastgezinnen’. Dat blijkt uit reacties die hij binnen krijgt. De bestedelingen zelf spraken er niet over. Waarom niet, dat weet Menno niet maar het zou ook uit schaamte kunnen zijn. Kinderen werden immers weggegeven. Voor zijn moeder was het bijzonder maar tevens ook shockerend dat haar grootmoeder er nooit over gesproken had. Ze overleed ook op jonge leeftijd. Haar heeft Menno nooit gekend, wel zijn grootmoeder maar ook die wist niets over dit deel van haar moeders leven.’Het begon als een onderzoek voor mezelf en ik wilde er een boekje van maken voor mijn moeder, maar gaandeweg het onderzoek begonnen mensen ook een gezicht voor me te krijgen en ik heb er dan ook een soort van monument van gemaakt voor iedereen die een bestedeling was.’
Uitbesteding en veilingen in Zuid-Holland
De veilingen en uitbestedingen vonden plaats in het gehele land, ook in onze regio. Het armbestuur bepaalde de ‘waarde’ van een kind en liet pleegouders daarop bieden. De ‘weggeven’ kinderen werden geregistreerd en uit die registratie blijkt dat het gaat om zo’n half miljoen mensen die het overkomen is. Uit de enquête van de vereniging Weezenverpleging (1872) blijkt dat de praktijk vaak schrijnend was. Een predikant uit Zuid-Holland schreef dat “van de duizend gezinnen er slechts één is waar een kind uit pure liefde wordt opgenomen; tien waar liefde samengaat met berekening, en 989 waar eigenbelang de enige reden is.” Menno ontdekte dat ook in 1899 uitbesteding een structureel onderdeel was van de armenzorg in Zuid-Holland. In plaatsen als Meerkerk, Rockanje, Vlaardingen, Zuidland en Zwijndrecht werden wezen en ouderen in gezinnen ondergebracht, vaak tegen kleine vergoedingen van 1 tot 3 gulden per week. Rotterdam kende daarnaast grotere instellingen en Schiedam plaatste kinderen en ouderen in gestichten of bij particuliere instellingen als Wagenborgen en Eudokia.

De bestedeling - De geschiedenis van kinderveilingen in Nederland van Menno Lanting is bij iedere boekhandel verrkijgbaar.