Afbeelding
Foto: stock

Een kattenkwestie

Column 391 keer gelezen

Onze kater Beer is nog van de oude stempel.  Van 'doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg'. Hij is dan ook niet blij met zijn nieuwe geavanceerde waterdichte kattenbak met actief koolfiltersysteem. Hij wil namelijk gewoon met z'n poten in de kluiten staan.

De wind in zijn haren voelen. Lekker die frisse polderlucht opsnuiven en dan van die grote bolussen draaien op de vers omgewoelde aarde. Op mijn stukje aarde, dat ik net met zorg heb beplant met van die beeldige paarse winterviooltjes!

Over het bestemmingsplan van dat stukje grond verschillen Beer en ik dus behoorlijk van mening. Sterker nog, we staan lijnrecht tegenover elkaar! En wat ik ook probeer om Beer van mijn zienswijze te overtuigen, hij is onvermurwbaar! Hij blijft keihard bij zijn standpunt en vertikt het om zijn behoefte te doen in de daarvoor bestemde kattenbak. Koppig kakt hij dagelijks mijn viooltjes omver.

Tijd voor drastische maatregelen. Ik bedek de grond met stukken gaas en bakstenen. Há, dat zal 'm leren! Niet dus. Meneer Beer vindt toch nog een plekje, waar hij vervolgens tevreden gaat zitten bouten. Grommend schep ik de drollen tussen mijn vertrapte plantjes vandaan. Ik laat me verdorie toch niet in het ootje nemen door dat dwarse mormel! Nieuw plan. Ik besluit Beer net zolang binnenshuis te houden totdat hij keurig zijn behoefte doet op die hypermoderne, mega dure kattenbak. Maar dan blijkt die dikke kater ineens over een acteertalent te beschikken waar menig acteur nog een puntje aan kan zuigen. Theatraal drapeert hij zichzelf op de deurmat. Hij kijkt me aan met van die grote trieste Bambi-ogen, zucht diep en begint klagelijk te miauwen. Heel hard en heel zielig.  De aansteller! Een rol in een of andere tranentrekkende Walt Disneyfilm zou hem op het lijf geschreven zijn.

Ik begin er ondertussen moedeloos van te worden. En net op het moment dat ik bijna begrip begin te krijgen voor al die mensen die hun beesten op marktplaats dumpen, gaat het buiten keihard   hozen. Fikse hagelstenen rammen tegen de ruiten en binnen een mum van tijd staat de hele tuin blank. Beer haat water! Ineens krijg ik een ingeving. Ik vrolijk er helemaal van op. Met een brede grijns op mijn gezicht loop ik naar de tuindeur en zwaai de deur wijd open.

En wat doet Beer? Die gunt me geen blik meer waardig. Hij draait zich om, gooit zijn neus in de lucht en loopt met stijve passen richting de kattenbak. 1-0 voor mij, voorlopig.

J.P

Uit de krant