De hoofdrolspelers in het rampjaar 1672: Willem III, Lodewijk XIV, Karel II, de bisschoppen van Keulen en Munster en de gebroeders De Witt.
De hoofdrolspelers in het rampjaar 1672: Willem III, Lodewijk XIV, Karel II, de bisschoppen van Keulen en Munster en de gebroeders De Witt.

Het rampjaar 1672: wat er aan vooraf ging

Algemeen 113 keer gelezen

Dit jaar is het 350 jaar geleden dat de Nederlanden overvallen werden door Lodewijk de XIV, de Engelse koning en twee Duitse vorsten. Het bestaan van de Republiek stond op het spel. De bevolking was radeloos, reddeloos en redeloos en zocht een schuldige voor haar ellende. Dat werd raadspensionaris Johan de Witt. Hij en zijn broer werden door het volk gelyncht.

Uiteindelijk kwam het volk bij zinnen en werd de Republiek gered door stadhouder Willem III.

In deze serie gaan we nader in op het rampjaar 1672 en de landelijke herdenking.

In de Gouden Eeuw was ons land een republiek. De noordelijke Nederlanden vormden na de Spaanse overheersing samen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De uitvoerende en wetgevende macht was officieel in handen van de Staten, maar in de praktijk trok de stadhouder, die ook kapitein-generaal van het leger en admiraal-generaal van de vloot was, grote persoonlijke macht naar zich toe. Na de opstand tegen de Spanjaarden, werd Willem van Oranje door de Staten van Holland als stadhouder van Holland benoemd. Hij werd later opgevolgd door zijn zoon Maurits.

In 1648 was een eind gekomen aan de Tachtigjarige Oorlog, maar vrede was in de jaren erna ver te zoeken. Vooral handelsbelangen leidden tot oorlogen met Engeland en Frankrijk. Binnen de Nederlanden speelde bovendien een voortdurende strijd om de macht tussen de Staten en stadhouders uit het huis van Oranje.

Jacob de Witt was een fel tegenstander van de toenmalige stadhouder Willem II. De Witt was meester in de rechten, penningmeester van de Dordtse Synode en zesmaal burgemeester van Dordrecht. Na de Vrede van Munster (1648) diende Jacob in 1650 een voorstel in om de troepen af te danken. Dit leidde tot een staatsgreep van Willem II die daarmee een militaire dictatuur vestigde.

Op 30 juli 1650 werden Jacob en de burgemeesters van Delft, Hoorn, Medemblik, Haarlem en Dordrecht gevangen genomen op het Binnenhof en overgebracht naar slot Loevestein. Pas op 17 augustus werden ze vrijgelaten, nadat de Staten de troepenredactie ongedaan had gemaakt. De staatsgezinde, anti stadhouderlijke groepering in de Republiek kreeg hierna de bijnaam Loevesteinse factie.

Na het overlijden van Willem II zagen de regenten hun kans schoon om zich te ontdoen van de functie van stadhouder. Zijn zoon Willem III werd acht dagen na zijn overlijden geboren en derhalve was er niet een directe opvolger. Het Eerste Stadhouderloze Tijdperk deed zijn intrede in Holland en Zeeland; Friesland en Groningen behielden hun stadhouder. Het was de tijd van de Ware Vrijheid.

Uit de krant